Westfries Museum "Ambacht aan de wand"

bron: Westfries museum.


de betovering van beschilderd behang

 

Bomen, bloemen, vogels: in de achttiende eeuw was het mode om kamers te decoreren met op behang geschilderde landschappen. In de handbeschilderde behangsels zaten vaak hele verhalen verstopt, met verwijzingen naar de bewoners en hun huis. Deze ambachtelijke schilderkunst leidde tot perspectivische panorama’s: muurkunst die soms een heel kamertje-rond ging. Het Westfries Museum in Hoorn geeft van 6 maart t/m 12 september 2021 met de tentoonstelling ‘Ambacht aan de wand, de betovering van beschilderd behang’ de verbeelding de ruimte. Met monumentale handbeschilderde behangsels uit de achttiende en negentiende eeuw, en met hedendaags werk van Snijder&CO, die het ambacht van het behangschilderen nieuw leven inblazen. Maar ook met het verhaal over de Vaderlandsche Maatschappij van Reederij en Koophandel ter Liefde van ‘t Algemeen die met de productie van handbeschilderd behang de economische crisis vanaf 1777 te lijf ging.

de kunst van behangschilderen

De kunst van het behangselschilderen deed waarschijnlijk omstreeks 1585 zijn intrede in de Nederlanden. Nadat Mechelen en Antwerpen in Spaanse handen waren gevallen, vluchtten tienduizenden inwoners naar de Noordelijke Nederlanden. Tussen de vele kunstenaars, vrijdenkers en kooplieden zaten waarschijnlijk schilders die de techniek van het behangselschilderen in de Noordelijke Nederlanden introduceerden. Na een lange aanloopperiode in de zeventiende eeuw werd handbeschilderd behang pas echt populair in de achttiende eeuw. In eerste instantie waren het alleen de rijke stadsbestuurders en regenten die zich beschilderd behang konden veroorloven, maar in de tweede helft van de achttiende eeuw verscheen het ook steeds vaker in de stads- en buitenhuizen van de gegoede burgerij. De kleine particuliere ateliers maakten plaats voor behangselfabrieken toen de vraag toenam, met een lagere productieprijs als gevolg. Beschilderd behang sierde vaak de meest representatieve kamer(s) van een stadshuis of buitenplaats, zoals de salon of de tuinkamer, maar ook regentenkamers van bijvoorbeeld hofjes of weeshuizen.

behangselfabrieken, oftewel grote ateliers

Een van deze behangselfabrieken was onderdeel van de in Hoorn gevestigde onderneming de Vaderlandsche Maatschappij van Reederij en Koophandel ter Liefde van ‘t Algemeen, opgericht door de doopsgezinde predikant en koopman Cornelis Ris in 1777. Deze stelde zich ten doel om werk, inkomen en scholing te verschaffen aan het in armoede geraakte deel van de bevolking van de stad. De behangselfabriek was geen fabriek in de hedendaagse zin van het woord, maar eigenlijk een groot atelier. Naast schilders en schildersknechten waren er nog veel andere werknemers in dienst. Voordat het linnen kon worden beschilderd, moest er namelijk veel gebeuren – zoals het bereiden van de verf, de lak en de plamuur, het op maat snijden van het linnen, het voorbereiden (plamuren) van het linnen en het vervoer et cetera. Daarnaast waren er gespecialiseerde behangers in dienst die het werk bij de klant aan de wanden bevestigden. De behangselschilders genoten meestal niet de status van kunstenaar, ondanks hun expertise, vakbekwaamheid of talent. Ze werden eerder beschouwd als ambachtslieden. De geschilderde behangsels waren immers over het algemeen het werk van meerdere handen, gebaseerd op bestaande ontwerpen. Maar schilderen voor een behangselfabriek was vaak wel een goede leerschool voor veel vroeg negentiende-eeuwse landschapsschilder

aan mode onderhevig

 

Kamerbehang was sterk aan mode onderhevig, net als nu. Begin achttiende eeuw waren de voorstellingen vooral geïnspireerd op Italiaans arcadische landschappen waarin een mythologisch, allegorisch of historisch thema centraal stond. In het midden van de eeuw wijzigde de smaak van de opdrachtgevers en gaf men de voorkeur aan het meer algemeen weergegeven landschap. Vanaf 1750 ontstond er namelijk bij de gegoede burgerij en de elite meer belangstelling voor het buitenleven, onder invloed van een groeiende natuurcultus. Men koos voor Zwitserse en Duitse rivier- en berglandschappen of romantische landschapsafbeeldingen geïnspireerd op de eigen Hollandse omgeving: kronkelende weggetjes en herders met hun kudde of boeren met hun vee, scheeps- en havengezichten, stads- en dorpsgezichten en Hollandse buitenplaatsen aan het water met theekoepel of tuinpaviljoen. In het laatste kwart van de achttiende eeuw, rond de oprichting van de Vaderlandsche Maatschappij, waren Hollandse landschappen met klassieke invloeden in de mode. Opgravingen in Griekenland en Italië hadden namelijk gezorgd voor een toegenomen vraag naar afbeeldingen van klassieke objecten, zoals tempeltjes, ruïnes, pilaren, beelden en urnen. De hang naar het exotische vertaalde zich ook in de wandversiering.

 

Beschilderd behang werd in eerste instantie geheel en al vervaardigd naar de wens van de opdrachtgever en het thema verwees vaak naar de eigen maatschappelijke status of ambitie. Later werd meer en meer gebruik gemaakt van bestaande ontwerpen, hoewel er ook hierbij vaak maatwerk geleverd werd: de opdrachtgever kon specifieke wensen naar smaak toevoegen. De behangsels werden ook op maat gemaakt voor de bestemde ruimte, waarbij werd aangesloten op de lichtinval en de stijl van de betimmering. Soms werd er zelfs naar de optische illusie van een panorama gestreefd, door alle wanden van de ruimte van behangsel te voorzien en zelfs de deuren en schoorsteenschouw mee te nemen in de schildering. Een kamertje-rond werd dit genoemd. Na verloop van tijd ging men steeds vaker over op met houten blokken bedrukte behangsels, de voorloper van het ons nu bekende behang. Deze behangsels waren immers aanmerkelijk goedkoper dan het handbeschilderde behang.

in monumentale panden

 

In 1827 viel na vijftig jaar het doek voor de behangselfabriek van de Vaderlandsche Maatschappij. De productie was tot stilstand gekomen; beschilderd behangsel was uit de mode geraakt. Aan het eind van de achttiende eeuw, begin negentiende eeuw moeten in de Nederlanden en in het Duitse Ost-Friesland echter meer dan honderd huizen voorzien zijn geweest van beschilderde behangsels van de Vaderlandsche Maatschappij uit Hoorn. Helaas is er vandaag de dag nog slechts een handjevol van deze behangsels in de monumentale panden zelf te bewonderen. In het Westfries Museum in Hoorn is gelukkig wel een serie van ongeveer 120 ontwerpen van de behangselfabriek van de Vaderlandsche Maatschappij bewaard gebleven, voornamelijk aquarellen en enkele gewassen pentekeningen. Ook meerdere monumentale stukken beschilderd behang van de Hoornse behangselfabriek bevinden zich in de collectie van het Westfries Museum.

 

Snijder&CO blazen ambacht nieuw leven in

Deze monumentale behangsels en ontwerpen zijn nu te bewonderen in de tentoonstelling ‘Ambacht aan de wand, de betovering van beschilderd behang’. In deze tentoonstelling spiegelt het Westfries Museum als altijd graag het heden aan het verleden: daarom valt hier naast de monumentale behangsels ook het werk van het hedendaagse kunstenaarsduo Snijder&CO te bewonderen. Jaap Snijder en Marcelo Gimenes uit Rotterdam bliezen het ambacht namelijk nieuw leven in nadat hun fascinatie voor het handbeschilderde Chinese behang op landgoed Amelisweerd was gewekt. Ze verdiepten zich in historie, technieken en ontwerpen. Een jarenlange zoektocht in het voetspoor van de historische vaklieden leidde hen naar monumentale beschilderde behangsels in openbare gebouwen in binnen- en buitenland, maar bracht hen ook achter gesloten deuren van privéwoningen waar zich nog (delen van) oorspronkelijke geschilderde behangsels bevinden.

historische ontwerpen in hedendaagse uitvoering

 

Snijder en Gimenes – opgeleid als graficus en kunstenaar – gaven hun banen als art director op om zelf behang te gaan ontwerpen en produceren. In eerste instantie ontwierpen zij digitale behangcollecties, tot ze meer handmatig vanuit eigen tekeningen en ontwerpen gingen werken, op maat aangepast aan het vertrek. In de loop der jaren hebben zij zich ontwikkeld tot experts in het handmatig beschilderen van behang. Hun werk is zichtbaar gebaseerd op historische ontwerpen, met bijvoorbeeld niet-repeterende patronen als element. Toch zijn de ontwerpen volstrekt nieuw en op maat gemaakt voor de opdrachtgever en de ruimte waarin ze zich bevinden, net als in de zeventiende en achttiende eeuw. Zo schilderen zij panorama’s en landschappen met vogels, bloemen en planten, maar met een hedendaags detail of uitzicht aan de horizon. Oude technieken passen zij toe met nieuwe producten en materialen. Het werk draagt daardoor toch vooral hun eigen handtekening.

verstilde schoonheid aan de wand

 

Ook Snijder&CO beschouwen hun werk – ondanks de unieke ontwerpen – niet als kunst, maar eerder als ambacht. Jaap Snijder: “Het heeft immers niet de potentie van een autonoom kunstwerk, het werk is altijd bedoeld om de ruimte te dienen.” Hoewel zij niet ingesprongen zijn op een vraag vanuit de markt, merken Snijder&CO dat de markt wel degelijk wakker wordt naar aanleiding van hun werk. Marcelo Gimenes: “Je kunt het vergelijken met Haute Couture, ook gebaseerd op aandacht, kwaliteit en tijd die eraan wordt besteed. Ook daar is een markt voor. Zeker nu is er behoefte aan verstilling en vertraging in de ruimte waar men zich zo vaak bevindt. Die verstilling zit in ons werk: zowel in het eindproduct als in het maakproces zelf. Elk puntje is afzonderlijk gezet: handmatig. Je ziet elk detail.”

Tentoonstelling Westfries museum

Binnenkort is deze tentoonstelling tot 17 september 2021 te zien in het Westfries museum te Hoorn. Ook zijn er meerder online activiteiten zoals een onlline masterclass (bij de prijs inbegrepen), lezingen en een 'live' vlog waar een monumentaal behang over een periode van 4 maanden te volgen is via www.snijder-co.nl.