Door Ellen Leijser
Jaap Snijder (52) en Marcelo Gimenes (50) hebben een zeldzaam beroep, een beroep waarbij kunst en interieur op een volstrekt vanzelfsprekende manier versmelten. Naar eigen zeggen zijn ze de enigen ter wereld die handbeschilderd behang maken. In hun prachtige atelier in een voormalig schoolgebouw in Rotterdam buitelen ze over de woorden van enthousiasme, vullen elkaar, beginnen met een nieuwe zin, kijken elkaar aan: ‘Wil jij dit vertellen?’ Waarop de ander verzucht: ‘Er valt zó veel over te vertellen.’ Snijder schenkt koffie, Gimenes serveert er bolo de fubá bij, een maiscake uit zijn geboorteland Brazilië. ‘Als je het niet lekker vindt, laat je het gewoon liggen hoor.’ Er blijft geen kruimeltje liggen.
Aanvankelijk ontwierpen ze in opdracht van interieurarchitecten behangpatronen op de computer. Snijder: ‘We wilden niet een repeterend patroon of een blow-up, maar echt unieke patronen. Dat werd ons handelsmerk.’ Gimenes: ‘Heel leuk, maar we zaten te veel achter de computer. We zijn beide kunstenaars. Waarom kunnen we het niet met de hand doen, vroegen we ons af.’
Een bezoek aan Landgoed Amelisweerd, vier jaar geleden, gaf hen een zetje in de rug. Gimenes glimlacht bij de herinnering: ‘Het is de enige plek in Nederland waar je het in situ kan bekijken. Het
behang is in 1770 besteld, beplakt en nooit meer verplaatst. We gingen kijken, in de Hollandse kamer en de Fazantenkamer, en waren meteen verliefd.’
Beide kunstenaars willen het oude ambacht van handbeschilderd behang in ere herstellen. Snijder: ‘Ja, die missie hebben we absoluut.’ In de zeventiende eeuw was handbeschilderd behang een symbool van welvaart, luxe en goede smaak. Het was een iets minder kostbaar alternatief voor gobelins.
Voor Snijder & Co is een mooi behang maken alleen niet voldoende; ze willen er alles, maar dan ook echt álles over weten. Ze zijn de archieven ingedoken, spraken met historici en lezen er elke snipper over, van oude boeken tot proefschriften. Hun honger naar informatie over het ooit zo populaire ambacht is grenzeloos. Snijder lacht: ‘Het voelde als een soort opgraving. Begonnen bij een computer en dan terug in de tijd. Het behang is bijna een residu van onze zoektocht. Die wetenschappelijke zoektocht is onderdeel van de lol. Daar worden we blij van.’ Quasi-verontschuldigend: ‘We hebben nog niet alles in kaart hoor. We verzamelen ons rot, maar we moeten ook nog schilderen haha. We laten iets herleven, iets wat ooit zo groot was in Nederland. Veel mensen weten niet dat het een enorm belangrijk ambacht was in die tijd.’ Gimenes: ‘De Nederlandse landschapschapskunst, die op een hoog niveau staat, is mede ontwikkeld door de kamers met handbeschilderd behang. Er zijn fantastische schilderijen uit voortgekomen.’
Ze werken in de geest van hun illustere voorgangers. Snijder: ‘Veel behang uit de zeventiende eeuw is verdwenen. Het is kostbaar om te behouden en wat niet goed is, is gewoon weggehaald. Wat nog wel goed was, is ingelijst en verkocht als schilderij.’Gimenes vult aan: ‘Wij willen reconstructies maken, met ons eigen handschrift, maar wel met dezelfde principes. We houden rekening met interieur, lichtval, met wensen van de klant, met het coloriet, kleurschema van kamer, meubels, zichtlijnen.’ Snijder: ‘We doen alleen landschappen, dat was een gevoelsmatige keuze, maar uit de studies blijkt dat vroeger ook alleen landschappen geschilderd! Dan voelen we ons gesterkt in onze opvatting.’
Op een organische manier hebben ze de taken verdeeld. Gimenes: ‘Ik ben gek op groen, dus alle blaadjes doe ik. En ook de luchten, vooral de beweging van de luchten. Insecten vind ik ook heerlijk om te doen. Ik heb al veel miertjes verstopt, haha. Jaap vindt vogels leuk.’ Snijder knikt: ‘Ik houd van de anatomie van dieren, planten en bloemen. Ik ben daar niet heel puristisch in, het moet een gevoel geven dat het klopt. Dit is - hij wijst op een tafereel - echt een snip. En dat musje daar in de hoek zet ik in een kwartier erop. Snel? Dat moet, want de muurverf droogt heel snel.’
Ze werken op renovatiepapier, dat is goedkoop maar beresterk. Als de schildering klaar is, wordt het betengeld en vervolgens opgespannen op een spieraam met linnen en drie lagen papier. Snijder:
‘Het voelt als een drum. Soms vragen mensen ons waarom we geen muurschilderingen maken.’ Met olijke blik: ‘Maar behang vinden we dichter bij textiel liggen dan bij een muur, dus daar kunnen we
kort over zijn.’
